Een eenvoudige sleutel voor slotenmaker Lanaken onthuld

Juiste Oudekerkhof bezijden een Kerk eindigde dit 14e stadskwartier. Zonderling voldoende werden met een vier aldaar wegens het haardstedegeld opgeschreven huizen, 3 bewoond via suppoosten aangaande Vulcanus, een wapensmid der goden, vanwege wiens „winckel en Packhuys’, direct Van Bleyswijck dit Arsenaal ofwel Stapelmagazijn met Holland noemt, ze ieder het zijne immers moeten beschikken over bearbeid en gele­verd.

Tussen verschillende ‘schoelapper’ Cornelis Florisz. en korendrager Jan de Vrijenden woonden in een ‘stadstoren’ aan een vest of op de wal, waar zij kosteloos huisvesting vonden. Welke wal is thans weggegraven en regio heeft gemaakt voor een wandelpad en een straat.

Behalve nog 2 schoenmakers en twee goudsmeden, een wijn­koper en 2 bakkers, één betreffende brood, een ander met ‘suycker’ ofwel banket, vermeld ik als bewoners der randen aangaande de Antieke Delft alsnog: Mr.

In de Cellebroerssteeg woonde ons zekere Heyndrick Jansen, ‘nastelingmaker’, die ‘nestels’ ofwel ‘nestelingen’ (veters) vervaardigde wegens de Delfse poorters en poorteressen ofwel liever wegens een ganse schoendragende gemeente aangaande de stad.

Naast de brouwerij ‘Int Hoeffyser' woonde Gerrit Fransz. Meerman, een hoofdschout van Delft, welke over 1584-1609 dat gewichtig ambt bekleedde. Mevr. Bosboom-Toussaint heeft hem in hoofdhaar ‘Delftsche wonderdocter’ vanuit haar rijke fantasie onuitwisbaar neergezet mits ons forse, vrije, rustige poorter met ons fier burgergeslacht, die naast dit bekleden aangaande een openbaar ambt een ander beurs placht uit te oefenen. Meerman was ook graankoper, zoals men dat destijds noemde.

Twee huizen verder oefende Joost Isbout dit ambacht met ‘raswercker’ uit. Deze was wever over ons soort over laken, het, zo men beweert, genoemd is tot een plaats Arras, daar waar dit weefsel werden uitgevonden. In de wandeling werd dit voor verkorting ook wel 'ras' genoemd.

De westzijde van het Vrouwjuttenland was met lieden over allerhande evenement bevolkt, waaronder een Lambrecht Cornelissen. Deze oefende dit moeilijke vak uit betreffende ‘antycksnijder’, het zich grotendeels openbaarde in dit snijden met beelden en figuren in hout, op zijn ‘antijcks’, het wil zeggen tot het model ofwel voorbeeld der Ouden, wier werk en kunst men poogde na te streven.

De zuidzijde betreffende een Breesteeg bevatte bij overige het woonhuis en de werkplaats van ‘sylversmit’ Jan Adriaensz. betreffende twee schoorstenen en een ‘sylversmit ofte forneuxken’, een klein fornuis wegens bestaan festival.

Ze schijnt, wat men tegenwoordig noemt ons ‘specialiste’ in die voorbereidende kunstbewerking te zijn geweest, waarvan een lenigheid over het linnen­fabrikaat bijzonder afhankelijk was; immers komt in het ganse register Klik hier nauwelijks 2e garenziedster wegens, die door de titel met het ambacht van overige vrouwen is onderscheiden.  

In de loop der eeuwen zijn ze uitgestorven, verhuisd ofwel tot ons verdere nederige positie afgedaald, dan welke via hun voorvaderen in de maatschappij werden ingenomen en daarmee op hun beurt een waarheid bevestigd betreffende een spreuk dat niks bestendiger is vervolgens onbestendigheid.

‘Reynier, eertijds predicant’, had er een huis, het deze aan twee zusters verhuurde. (Bedoeld kan zijn Regnerus Donteclock, over 1577-1590 bedienaar over dit Goddelijk Woord in Delft, welke in laatstgenoemd jaar naar Voorschoten vertrok. Overeenkomstig een legger betreffende een verponding aangaande 1620 was dat huis toen alsnog alsmaar eigendom over de weduwe van Reynier Donteclock, predicant) Behalve hem woonde een dochter met wijlen Andries betreffende der Goes en eindelijk, op de zuidwesthoek over de Nieuwstraat, een zesde kleermaker met dat deel betreffende het Antieke Delft.

Bij hem gaat op zijn ouden dag de herinnering met vroegere tijden alsnog wel weleens met weemoed bestaan opgekomen in je gedachten; aangezien vanwege hem, direct wegens zovelen, welke de ‘oude religie’ (RK godsdient)

De kwartiermeester van dit 14e ‘quar­tyer’ woonde in dit 13e huis ge­rekend van de Kloksteeg. Betreffende zijn ambtgenoot en een notaris Pieter Kettingh, daartoe voor H.

Misschien zal één hunner in ver­rukking over des schilders talent, hem beschikken over toege­voegd: “Vous etes une merveille” ofwel, hetzelfde in 't Ita­liaans geuit beschikken over. Op welke manier het ze, de man, die het “Principibus placuisse viris” zo volkomen beaamde, mag uit die lofspraak aanleiding beschikken over gevonden teneinde hoofdhaar ‘verduitst’ indien geslachtsnaam aan te nemen. Een toevoeging van ons t ofwel een d met een uitgang van een woord is, onmiddellijk men beseft, beslist Delfts. Het staat desalniettemin vast, het Michiel Jansz. in 1600 slechts als zoodanig bekend was, terwijl hij in 1608 en in de registers aangaande 1620 en 1637 M.J. Mierevelt en mr. Michiel met

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *